De Europese Commissie heeft België formeel verzocht de manier te herzien waarop het land belasting heft over bepaalde onroerende inkomsten waarvan de bron zich buiten België bevindt.
De Belgische belastingwetgeving maakt onderscheid in de manier waarop de inkomsten van onroerende goederen moeten worden geschat. De inkomsten uit buitenlandse bron die in aanmerking komen voor belastingdoeleinden worden geschat op ongeveer 50% van hun marktwaarde, terwijl de inkomsten uit binnenlandse bron worden geschat volgens een andere methode met als resultaat een lagere waarde die ongeveer 20 tot 25% van de marktwaarde bedraagt. De Commissie acht deze handelswijze discriminerend en in strijd met de Europese wetgeving (artikel 63 VWEU). Deze wetgeving verbiedt in beginsel alle beperkingen van het kapitaalverkeer tussen lidstaten onderling en tussen lidstaten en derde landen.